• Weer
  • Login

De do's en de don'ts in de-baan

Het overgrote deel van de leden en bezoekers gedraagt zich zoals het hoort en zoals verwacht mag worden op een golfbaan. U als lezer hoort daar natuurlijk bij. Voor u is het onderstaande natuurlijk niet geschreven. Maar komt u toevallig een lid of bezoeker tegen die nog niet voldoende op de hoogte is van de gedragsregels, wijs hem of haar daar op. Daar hebben we allemaal plezier van.

In de loop der tijd is een aantal gedragsregels verzameld, waarvan het goed is om daar regelmatig kennis van te nemen zodat we allen profiteren van deze ervaringen. Het kan/moet bijdragen aan het op een plezierige manier spelen waarbij een zo weinig mogelijk belastend gebruiken van de baan wordt bevorderd. En daar hebben natuurlijk alle spelers, maar ook de greenkeepers voordeel van.

 
  

Wat doen we wel:

  • Kijken op de website wanneer de baan gesloten is. Dan gaan we dus niet lopen als er een wedstrijd begint of gaande is.
  • De auto parkeren op eigen terrein en niet langs of in de Peter de Gorterstraat. Met de Gemeente is afgesproken dat we op eigen terrein parkeren. Dat terrein is groot genoeg om onze auto’s te plaatsen, ook bij wedstrijden. Zeker wanneer we een beetje sociaal parkeren (dus geen tussenruimtes van enkele meters gebruiken). En natuurlijk rijden we rustig op de parkeerplaats, zeker met droog weer. Het geeft geen pas andere leden met een stofwolk te omhullen.
  • Pitchmarks repareren, plaggen terugleggen en bunkers aanharken.
  • Bij de waterhindernissen (gele en rode palen) de bal droppen zoals beschreven in de Rules of Golf. Dus niet zoeken naar een voor ons makkelijke, passende of gunstige plaats.
  • Aangegeven looproutes volgen.
  • Als de bal in de rough ligt, de kar op de fairway laten staan, en één of enkele stokken meenemen om je bal te slaan.
  • Regelmatig een provisionele bal slaan als de eerste bal moeilijk vindbaar zou kunnen zijn.
  • Regelmatig “fore” roepen als de bal enige ongewenste afwijking gaat vertonen.
  • Zorgen dat de bagtag zichtbaar aan de kar hangt, zodra marshals kunnen zien wie gerechtigd is om de baan te betreden.
  • Bij het golfspel passende kleding dragen, ook al is het (erg) warm weer.
  • Eigen ballen gebruiken om hole 9 te spelen en geen drivingrangeballen, ook al blijven ze drijven, dan nog hoort er in de baan niet mee gespeeld te worden).

Wat doen we niet (of niet meer):

  • Met karren tussen green en bunker doorlopen. Dat mag alleen als je een draagtas bij je hebt. Ook met de kar achter green 9 tussen green en grasbunker doorlopen is uit den boze.
  • De karren erg dicht bij de green plaatsen, en dan bij voorkeur aan de andere kant dan de looprichting naar de volgende hole, of recht voor de green. Vraag je af of je alles wel bij je moet hebben. Als de bal al dicht bij de green ligt neem je twee stokken mee (een stok en een putter is genoeg), nadat je je kar bij de “uitgang” van de hole hebt geplaatst.
  • Op hole 6 over het dijklichaam c.q. de heuveltjes lopen met je kar. Dat zorgt snel voor kale plekken, met name bij het droge weer van de laatste tijd. We lopen natuurlijk links om het dijklichaam heen naar de green toe, en niet rechts via de fairway van hole 1 of tussen de jonge aanplant door.
  • Vergeten een provisionele bal te spelen als we niet hebben kunnen constateren waar onze bal of die van een flightgenoot is terecht gekomen. Met name de rough overal, of de hekken links van hole 4 en hole 9 zorgen voor langdurige zoektochten, tot treurnis van de achteropkomende spelers.
  • Schuin over een andere fairway lopen als onze bal daar terecht gekomen is. Vooral de fairways van hole 4 en 5 laten dit gedrag zien. Hoe moet het dan wel? Loop over de eigen fairway. Op de hoogte waar de bal op de andere fairway ligt, laat je je kar staan, pakt één of twee passende stokken en steekt via de kortste route door naar je bal. Je geeft uiteraard de op die hole spelende flight voorrang. Na het slaan van de bal via dezelfde kortste weg terug naar de eigen fairway.
  • Na het uitholen op de green nog even terugfilmen en bespreken hoeveel  slagen het nu eigenlijk waren, vervolgens de kaart invullen en met elkaar vergelijken en dan pas weglopen (na eerst de kar nog van de andere zijde van de green gehaald te hebben). Nee, we holen uit, lopen snel weg met onze karren die al in de looprichting stonden en gaan pas bij de afslag van de volgende hole onze kaart bijwerken.
  • Vergeten plaggen terug te leggen. Er wordt geconstateerd dat er gaten ontstaan terwijl de veroorzaker bijna gestruikeld moet zijn over de plag die hij/zij heeft uitgeslagen, maar die dan rustig heeft laten liggen. Zeker bij een droge periode geeft dat langdurige beschadiging van de baan.
  • Evenzo vergeten we niet om pitchmarks te repareren. De greens zijn mooi en glad en dat kunnen we zo houden als de pitchmarks ook echt gerepareerd worden. Zodra je op de green komt kijk je naar een eigen pitchmark, en repareert er en passant ook nog een paar van je voorgangers.
  • Afval (b.v. bananenschillen) op een bankje laten liggen, terwijl bij de volgende hole een afvalbak staat. De greenkeepers hebben geen tijd om ook nog vuilophalers te zijn.
  • De afslagmatten gebruiken om de schoenen schoon te vegen, met name als het eens een keer nat of modderig is. Hoe schoner de matten blijven, hoe makkelijker het afslaan kan plaatsvinden.

Voor meer informatie over hoe de baan te gebruiken is er een samenvatting van een voorlichtingsbijeenkomst van de greenkeeper voor de marshals beschikbaar. Lees verder.